In het contractenrecht geldt als uitgangspunt: afspraak is afspraak. Maar wat als de omstandigheden plotseling drastisch veranderen? Denk aan een pandemie, extreme prijsstijgingen of zelfs oorlog.
Eerder oordeelde de Rechtbank Amsterdam[1] dat de oorlog in Oekraïne in een specifieke zaak kan kwalificeren als een onvoorziene omstandigheid. In die zaak hadden twee logistieke bedrijven een warehousecontract gesloten met een volumegarantie. Door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne stegen de luchtvrachtprijzen sterk en nam het transportvolume uit China fors af.
De rechter oordeelde dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst geen rekening hadden gehouden met deze situatie. Gezien de zeer kleine marges en de afhankelijkheid van grote volumes kon van de wederpartij niet worden verwacht dat het contract ongewijzigd zou blijven bestaan. De rechter kwam daarmee tot een gedeeltelijke toewijzing, waarbij het contract werd gewijzigd.
Dit sluit aan bij artikel 6:258 BW, dat bepaalt dat een rechter een overeenkomst kan wijzigen of ontbinden wanneer zich onvoorziene omstandigheden voordoen waardoor ongewijzigde instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Belangrijk om te benadrukken: een beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt niet snel. Rechters zijn terughoudend en het uitgangspunt blijft dat ondernemers risico’s dragen die bij hun activiteiten horen. Of sprake is van een onvoorziene omstandigheid, hangt altijd af van de concrete omstandigheden van het geval.
Tip:
Controleer bij het opstellen van contracten of risico’s zoals prijsstijgingen, geopolitieke ontwikkelingen of leveringsproblemen expliciet zijn geregeld. Dat kan veel discussie en procedures voorkomen.
[1] Rechtbank Amsterdam 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6719.