Blog door mr. Michel Delescen: sport en spel: wanneer is een ongelukje juridisch onrechtmatig?

13-03-2026

Sporten is gezond en leuk, maar waar gehakt wordt vallen spaanders. Een golfbal tegen het hoofd, een botsing op het veld of een onverwachte beweging van een dier: de gevolgen kunnen ernstig zijn. Maar wanneer is iemand juridisch aansprakelijk voor de schade? In de rechtspraak gelden voor sport- en spelsituaties specifieke regels die afwijken van het normale aansprakelijkheidsrecht.

De verhoogde drempel voor deelnemers

Het uitgangspunt volgens ons recht is dat deelnemers aan een sport of spel een zekere mate van gevaar van elkaar moeten accepteren. Omdat men vrijwillig deelneemt, wordt aangenomen dat men tot op zekere hoogte de risico’s die inherent zijn aan de sport heeft aanvaard. Dit betekent dat een gedraging die buiten het sportveld onrechtmatig zou kunnen zijn (zoals iemand per ongeluk laten struikelen), op het veld vaak niet tot aansprakelijkheid leidt. Er is pas sprake van een onrechtmatige daad als een gedraging abnormaal gevaarlijk is of de spelregels grof worden overtreden. Vooral het overtreden van spelregels die gericht zijn op het waarborgen van de veiligheid van de deelnemers wegen in deze context zwaar.

De strengere norm voor trainers en organisaties

Hoewel voor sporters onderling een "lichtere" zorgvuldigheidsnorm geldt, ligt dit anders voor trainers, instructeurs en sportverenigingen. Van een professional of een organiserende club wordt juist een verhoogde zorgvuldigheid verwacht. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor een veilige omgeving en moeten toezien op de naleving van veiligheidsrichtlijnen.

In de rechtspraak wordt verwezen naar de zogenaamde Kelderluik-criteria om te bepalen of een situatie onrechtmatig was:

  1. Hoe groot is de kans dat iemand niet goed oplet of onvoorzichtig is?
  2. Hoe groot is de kans dat hierdoor een ongeval ontstaat?
  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen van zo’n ongeval zijn?
  4. Hoe bezwaarlijk was het om veiligheidsmaatregelen te nemen?

Als een ongeval voorkomen had kunnen worden met eenvoudige, goedkope maatregelen, dan weegt dit zwaar in het nadeel van de aansprakelijke partij.

De illusie van veiligheid: "Het ging altijd goed"

Een veelgehoord verweer in aansprakelijkheidszaken is dat een bepaalde oefening of situatie "altijd al" zo wordt uitgevoerd. Juridisch gezien houdt dit argument echter zelden stand. Het feit dat er lange tijd geen ongelukken zijn gebeurd, is geen bewijs van veiligheid, maar vaak simpelweg een kwestie van geluk. Zodra een risico voorzienbaar is en er praktische maatregelen bestaan om dit risico te beperken, is het nalaten daarvan een schending van de zorgplicht.

Conclusie

Aansprakelijkheid bij sport en spel is altijd afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Terwijl sporters onderling veel van elkaar moeten verdragen, rust op trainers en verenigingen een stevige plicht om de veiligheid te waarborgen. Het treffen van eenvoudige voorzorgsmaatregelen is niet alleen verstandig voor de veiligheid, maar ook essentieel om juridische claims te voorkomen. Want in de rechtszaal is "we deden het altijd al zo" zelden een winnend pleidooi.